– Sebastiaan de Vries
(Vind Sebastiaan op lijfengeest.nl)

Sinds een maand of vier ben ik ’s morgens aan het hardlopen. De eerste twee maanden ging het van een leien dakje. Ik stond ‘s morgen te popelen om naar buiten te gaan en zat in een enorme goede flow. Inmiddels kraakt en piept het aan alle kanten. Een docent in de opleiding zei ooit dat bewegen eigenlijk de oplossing is voor elke depressie. De uitdaging voor de therapeut is alleen: hoe krijg je iemand zover? Ik geloofde dat, maar nu merk ik ook heel sterk dat de kunst is, hoe blijf je in beweging. Dat proces houdt zichzelf niet automatisch in stand. Mijn lijf protesteert en ik moet ernaar luisteren. Ik heb het tempo omlaag gegooid. Ik loop niet meer op tijd. De overtuiging dat de oplossing altijd bottom-up van het lijf naar het hoofd gaat, is weer op de helling gegaan.
Toch spreekt dat idee mij wel aan. ‘Een gezonde geest huist in een gezond lichaam’, is de klassieke, een beetje Spartaans geformuleerde uitspraak. Je zou ook kunnen zeggen dat het goede uit het hart komt en niet uit ethische principes. Zoals helden, die een brandend huis inlopen of in een rivier springen om iemand te redden, achteraf meestal zeggen: “Ik dacht er niet bij na, ik deed het gewoon.” Het lijf reageert voordat de geest erover na kan denken.

Omkering
Ook in de filosofie en de wetenschap zie je de omkering van top-down naar bottom-up. Aristoteles formuleerde het principe dat de vorm boven de stof gaat. Het principe hield zo’n tweeduizend jaar stand. God, de vorm of de geest, schiep de aarde. De planeten daaromheen beschreven de banen van de hemelse sferen. Vergelijkbaar met de koning als het centrum van het land en zijn dienaren en onderdanen die eromheen cirkelden (denk aan de zonnekoning). Op nog kleinere schaal gaf de man orde en structuur aan zijn gezin.

Die tijd is voorbij. De evolutietheorie van Darwin is wetenschappelijk de grote doorbraak geweest die deze omkering mogelijk maakte. Of misschien moet je het andersom zeggen: Darwin sloot aan bij een bredere omkering, die al veel langer aan de gang was, de omkering van top-down naar bottom-up (van de vorm naar de stof). Een belangrijke voorloper van de evolutietheorie was bijvoorbeeld de vrije-markttheorie van Adam Smith, waar de onzichtbare hand,automatisch en zonder ingrijpen van bovenaf, zorgde dat ieders streven in het eigen belang, ten goede kwam aan de gemeenschap.

Bottom-up zie je overal
In de wetenschap zie je dat het bottom-up denken nog altijd aan terrein wint. Natuurkundigen zijn inmiddels vergevorderd om de hele materiele werkelijkheid te verklaren vanuit de eigenschappen van één subatomair deeltje, de superstring. Alle sociale en menswetenschappen hebben inmiddels wel een richting die het vakgebied benadert vanuit de evolutietheorie. Wie zich bijvoorbeeld bezighoudt met psychologie, kan niet meer om het feit heen van de triune brain: de drie lagen van de hersenen, die evolutionair zijn te herleiden tot het reptielen brein, het zoogdieren brein en de neo-cortex. Het is bij uitstek deze laatste die de mens en de primaten onderscheidt van de andere zoogdieren.

In het bedrijfsleven zie je de bottom-up benadering met zelfsturende teams, herwaardering van de coöperaties en met werknemers die hun eigen salaris bepalen in de radicale industriële democratie van Ricardo Semler. Bedrijven met weinig bestuurslagen is de trend. Maatschappelijk zie je steeds meer bewegingen die gefaciliteerd door internet en de sociale media, van onderop in actie komen. Democratisering is natuurlijk al een veel oudere trend. Is de recente teloorgang van de politieke democratie misschien een uiting van het fenomeen dat burgers niet zo makkelijk meer top-down over hen laten bedisselen?

Onvoorspelbaar
De twee principes van de evolutietheorie zijn in een notendop: natuurlijke variatie en natuurlijke selectie. Met natuurlijk variatie wordt bedoeld dat de variatie random is. Geheel toevallig, wat natuurlijk een klein wonder is, want van random naar zonder oorzaak, is een kleine stap. In de kwantummechanica, de theorie van de kleinste elementaire deeltjes, werd die kleine stap radicaal gezet door Niels Bohr. Op de allerkleinste schaal, in de kwantumwereld, vinden gebeurtenissen plaats zonder oorzaak. Einstein bood lang weerstand tegen dit idee met zijn puntig geformuleerde ‘God speelt geen dobbelspel’, maar inmiddels is toeval en onvoorspelbaarheid algemeen geaccepteerd, ook in wetenschappelijke kringen. Met name de chaostheorie laat zien hoe systemen fundamenteel onvoorspelbaar zijn in hun gedrag; niet door gebrek aan kennis, maar als essentieel onderdeel van het systeem. Uit de alsmaar wisselende configuratie van de onderliggende deeltjes, komen telkens nieuwe eigenschappen op die fundamenteel onvoorspelbaar zijn.

Een klein voorbeeld: informatici doen tegenwoordig onderzoek naar het gedrag van mieren en zwermen vogels. De software die zij ontwikkelen om complexe problemen op te lossen, bootst het gedrag van deze dieren na. Schwarming intelligence wordt dit genoemd. De biologe Monica Gagliano zei daarover ‘Schwarming intelligence is niet alleen sterk door de simpele regels die het gedrag van de individuele dieren bestuurt, maar ook wendbaar en flexibel, doordat die regels altijd weer uitzonderingen toestaan. Dat betekent dat elk lid van de groep zijn individualiteit behoudt, iedereen is uniek en verschillend’. Dat is de natuurlijke variatie. 

Ik zelf
Ook mijn diepste ik, mijn innerlijk zelf, is het onverwachte gevolg van miljarden celletjes en neuronen die bottom-up op een totaal onvoorspelbare wijze samenwerken. Al die celletjes vormen samen mijn lichaam. Ik probeer ernaar te luisteren: Wat heeft mijn lichaam nodig? Hardlopen.

Ook al gaat het nu een tijdje zwaar en moet ik mij ertoe zetten. Ergens voel ik dat het ik het nodig heb. Ik ken het rondje rond het meer, zo’n vier kilometer, inmiddels heel goed. Het afgelopen jaar heb ik op dit rondje vlakbij huis veel vogels leren kennen, waarvan ik vaak de naam voorheen niet eens wist. De keep, de snor, de roodborsttapuit en de putter (wauw, wat is die mooi) zijn maar enkele voorbeelden. De meeste vogels zijn nu weg. Er zitten wat reigers, een groep fazanten en heel veel meeuwen en hoentjes. Natuurlijk ook veel ganzen die het hele pad onder schijten. Grote stukken moet ik de blik goed op de weg gericht houden, om mijn prachtige nieuwe loopschoenen niet te bevuilen.

Het heeft gevroren en een beetje wanhopig loop ik naar buiten. De kou trekt meteen in mijn lijf. De wind waait dwars door mijn sweater. Ik twijfel of ik moet doorlopen, onzeker over elke volgende stap. Halverwege begin ik warm te worden. De lucht is helderblauw en het meer is dichtgevroren. De ganzen en hoentjes zitten bij het laatste windwak, op een kluitje bij elkaar. Mijn hoofd wordt helder. Mijn lijf wordt lichter. Ik kan vertrouwen dat er oplossingen komen. Vier stappen de adem in en twee stappen voor de uitademing. Het ritme geeft energie. Ik sla de hoek om naar mijn huis en daar vliegt een ijsvogel weg en landt in de tuin van de buren.