Greet Vlaming

Toen mijn vader stierf, was hij 89 jaar. Met trots noemde hij het zelf: “Ik ben in mijn 90eVlak voor zijn sterven zat ik genoeglijk op zijn bed, lekker te babbelen. Toen ik die dag vertrok, vroeg de dominee of hij bereid was om te gaan. “Jazeker, dat ben ik.“ Ze hebben nog gebeden, waarna de dominee vertrok en mijn vader zijn laatste adem uitblies.

Ik vertel mezelf vaak dat het eigenlijk niet mooier had gekund. Nooit ziek geweest, geen armoede gekend, veel ondernomen, altijd nieuwsgierig gebleven, veel humor, veel gelachen en uiteindelijk in rust gestorven. Ik was blij voor hem. Zó blij zelfs, dat ik ondanks al het geregel rondom zijn sterven, niet eens de behoefte voelde om een traan te laten op zijn begrafenis.

Familieopstelling
Jaren later, tijdens het oefenen van ‘Familieopstellingen’, gebeurde er iets wonderlijks. ‘Familieopstellingen’ is een therapeutische methode waarbij iemand de kans krijgt om zijn of haar naasten ‘in de ruimte te plaatsen’. Het kan zijn dat een deelnemer uit de groep bijvoorbeeld eventjes jouw vader, moeder of kind vertegenwoordigt. Maar het kan ook zijn, dat je een object of een briefje op de vloer plaatst, die dan staat voor iets of iemand uit jouw leven. Dat noemen we dan ‘vloerankers’. In dat geval kun je zelf plaatsnemen bij het vloeranker om vanuit dat perspectief te kijken, voelen en spreken. Met ‘Familieopstellingen’ kun je dus middels allerlei technieken vanuit verschillende perspectieven naar jouw situatie kijken.

Er werd me gevraagd om te werken met ‘een ziekte uit de familie’. Ik plaatste drie vloerankers: één voor mijn vader, één voor zijn ziekte, en één voor mijzelf. Toen ik werd uitgenodigd om boven de ankers plaats te nemen, voelde alles in eerste instantie prima. Maar toen ik op mijn vader’s anker stond, gebeurde er iets vreemds. Ik wist het even niet meer. Is mijn vader er niet? Of wel? Het voelde als een mengeling van ons beiden. Ik snapte het niet en raakte verward. 

Toen ik eenmaal werd uitgenodigd om ‘eruit te stappen’, kon ik van bovenaf terugkijken op de opstelling. Ik begon te huilen. Mijn hart kneep samen. Ik kon alleen maar stamelen hoeveel ik van mijn vader houd, hoe ik hem mis en hoe erg ik het vind dat ik hem nooit meer zou kunnen vasthouden. Ik bleef maar huilen. Ik realiseerde me dat er nu, na 35 jaar, pas ècht ruimte was voor rouw om mijn vader. Ik voelde plots het enorme verdriet om hem te moeten missen.

Dit bewees voor mij volledig de waarde van ‘Familieopstellingen’. Als een bouwlamp kan deze werkvorm een licht laten schijnen op iets dat nog verborgen is.

Na de dood van mijn vader heb ik volkomen rationeel gehandeld. Té rationeel. Ik heb nu de kans gekregen om me te beseffen dat ik toen geen contact met mijn gevoel maakte. Ik heb toen niet gevoeld hoeveel pijn dit verlies me eigenlijk deed. Dit missen van hem.

Na het huilen nam ik nog even de kans om weer op het vloeranker van mijn vader plaats te nemen. Het was ineens rustig. Mijn hart was open en warm. De liefde voor mijn vader stroomde.

En het stroomt nog steeds.